Uitspraak
Rechtbank DEN HAAG
tussenuitspraak van de enkelvoudige kamer van 29 juli 2019 in de zaak tussen
[eiseres 2](eiseres 2), samen eiseressen,
Rechtbank Den Haag
Eiseressen, zussen uit Eritrea, vroegen een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) aan voor nareis van eiseres 2, een minderjarige. Verweerder wees de aanvraag af wegens gebrek aan officiële documenten, waaronder overlijdensaktes van ouders en bewijs van familierelatie. Verweerder achtte de voogdijbrief en doopakte onvoldoende betrouwbaar en bood geen DNA-onderzoek aan vanwege een andere afwijzingsgrond.
De rechtbank oordeelt dat verweerder onvoldoende rekening hield met de bijzondere omstandigheden van eiseressen, waaronder het ontbreken van overlijdensaktes door de situatie in Eritrea en het feit dat eiseres 2 als minderjarige in een vluchtelingenkamp verblijft. De rechtbank acht de verklaring van eiseressen over de voogdij en het ontbreken van documenten plausibel en wijst op het arrest van het Hof van Justitie van de Europese Unie van 13 maart 2019, dat stelt dat nationale autoriteiten een individuele beoordeling moeten maken en rekening moeten houden met het belang van het kind.
De rechtbank concludeert dat verweerder ten onrechte het bezwaar ongegrond heeft verklaard en DNA-onderzoek niet heeft aangeboden. Verweerder wordt in de gelegenheid gesteld binnen acht weken het besluit te herstellen door het bezwaar alsnog gegrond te verklaren en de mvv te verstrekken, dan wel DNA-onderzoek aan te bieden. De rechtbank houdt verdere beslissing aan tot de einduitspraak.
Uitkomst: Verweerder wordt in de gelegenheid gesteld het besluit te herstellen en DNA-onderzoek aan te bieden; verdere beslissing wordt aangehouden.