Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaken tussen
[naam] en [naam2],
[naam3]en
[naam4], eisers
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Den Haag
Eisers, met de Azerbeidzjaanse nationaliteit, hebben beroep ingesteld tegen besluiten van de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid waarin hun asielaanvragen niet in behandeling zijn genomen op grond van de Dublinverordening. De staatssecretaris stelde dat Polen verantwoordelijk is voor de behandeling en dat een verzoek tot terugname door Polen is aanvaard.
Eisers voerden aan dat zij kwetsbare asielzoekers zijn die medische behandeling nodig hebben en dat de situatie in Polen in strijd is met artikel 3 EVRM Pro en artikel 4 Handvest Pro EU, verwijzend naar het arrest C.K. tegen Slovenië. De rechtbank wees een verzoek tot aanhouding van de procedure af vanwege het ontbreken van medische stukken en het belang van strikte termijnen in Dublinprocedures.
De rechtbank oordeelde dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel geldt en eisers niet aannemelijk hebben gemaakt dat dit niet meer geldt ten aanzien van Polen. De stellingen over medische problemen en mogelijke schendingen in Polen zijn onvoldoende onderbouwd. Het beroep op het arrest C.K. tegen Slovenië faalt omdat geen objectieve medische gegevens zijn overgelegd die een aanzienlijke en onomkeerbare achteruitgang bij overdracht aantonen.
De beroepen worden daarom ongegrond verklaard. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: De beroepen tegen het niet in behandeling nemen van de asielaanvragen worden ongegrond verklaard.