ECLI:NL:RVS:2017:2980
Raad van State
- Hoger beroep
- N. Verheij
- H. Troostwijk
- A.B.M. Hent
- Rechtspraak.nl
Bevestiging uitspraak over weigering verblijfsvergunning en beoordeling overdracht asielzoeker met ernstige psychische aandoening
De staatssecretaris weigerde een aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd in behandeling te nemen. De rechtbank vernietigde dit besluit en bepaalde dat een nieuw besluit moest worden genomen met inachtneming van de overwegingen. De staatssecretaris ging in hoger beroep.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelde dat de rechtbank ten onrechte had geoordeeld dat het Bureau Medische Advisering (BMA) voorafgaand aan het overdrachtsbesluit moest worden geraadpleegd. Het arrest C.K. van het Hof van Justitie bepaalt dat er een sterk vermoeden is dat de verantwoordelijke lidstaat passende medische zorg biedt, tenzij de asielzoeker objectieve gegevens overlegt waaruit een reëel en bewezen risico op een aanzienlijke en onomkeerbare achteruitgang van de gezondheid blijkt.
De vreemdeling had medische stukken overgelegd waaruit blijkt dat zij een ernstige psychische aandoening heeft met een hoog suïciderisico bij overdracht aan Tsjechië. De staatssecretaris had dit risico onvoldoende gemotiveerd betwist. De Afdeling oordeelde dat de beoordeling van de overdracht en de risico's daarvan ook bij het nemen van het overdrachtsbesluit moet plaatsvinden en niet pas kort voor de feitelijke overdracht. De Afdeling verklaarde het hoger beroep ongegrond en bevestigde de uitspraak van de rechtbank. De staatssecretaris moet een nieuw besluit nemen waarbij de risico's zorgvuldig worden beoordeeld en passende voorzorgsmaatregelen worden getroffen. Tevens werd de staatssecretaris veroordeeld tot vergoeding van proceskosten.
Uitkomst: Het hoger beroep van de staatssecretaris wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd, met de verplichting tot een nieuw besluit waarin de gezondheidsrisico's van overdracht worden beoordeeld.