ECLI:NL:RBDHA:2019:8023
Rechtbank Den Haag
- Wraking
- Rechtspraak.nl
Afwijzing wrakingsverzoek tegen rechter wegens procedurele beslissing
Verzoeker diende een wrakingsverzoek in tegen de rechter in een civiele hoofdzaak, omdat hem tijdens de comparitie de mogelijkheid werd ontzegd om nog stukken in te dienen die cruciaal waren voor zijn vorderingen. Deze stukken waren niet eerder ingediend vanwege een fout van zijn vorige advocaat. Verzoeker stelde dat hierdoor zijn recht op een eerlijk proces werd gefrustreerd en dat de rechter daardoor bevooroordeeld was.
De rechtbank overwoog dat een rechter slechts gewraakt kan worden bij objectief gerechtvaardigde vrees voor vooringenomenheid, waarbij procedurele beslissingen in principe geen wrakingsgrond vormen. De rechter had gemotiveerd dat zij zich voldoende geïnformeerd achtte om te beslissen en het indienen van aanvullende stukken niet noodzakelijk vond, conform artikel 132 Rv Pro.
De wrakingskamer vond geen bijzondere omstandigheden die de schijn van partijdigheid wekten. Verzoeker had tijdens de comparitie uitgebreid zijn standpunten kunnen toelichten. Daarom werd het wrakingsverzoek afgewezen en werd bepaald dat de hoofdzaak wordt voortgezet in de stand waarin deze zich bevond ten tijde van het verzoek.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek tegen de rechter wordt afgewezen wegens het ontbreken van bijzondere omstandigheden die vooringenomenheid aantonen.