ECLI:NL:RBDHA:2019:8029
Rechtbank Den Haag
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek tot beëindiging strafzaak wegens overschrijding redelijke termijn
De verdachte wordt verdacht van het weigeren mee te werken aan een ademanalyse op 28 december 2014. Het verzoek tot beëindiging van de strafzaak op grond van artikel 36 Sv Pro is ingediend omdat de dagvaarding van maart 2015 was ingetrokken en sindsdien geen nieuwe was uitgebracht, waardoor de redelijke termijn ruimschoots was overschreden.
De rechtbank heeft het verzoek op 14 mei 2019 behandeld, waarbij zowel de verdachte als de officier van justitie zijn gehoord. De officier van justitie gaf aan dat de zaak inmiddels is ingepland voor een politierechterzitting op 22 mei 2019, waardoor de vervolging wordt voortgezet.
De rechtbank overweegt dat artikel 36 Sv Pro bedoeld is om een onzekere situatie van wel of niet vervolgd worden te beëindigen. Nu de zittingsdatum bekend is, is er geen onzekere situatie meer. Daarnaast leidt overschrijding van de redelijke termijn niet tot beëindiging van de vervolging, maar hooguit tot strafvermindering. Daarom wordt het verzoek afgewezen.
Uitkomst: Het verzoek tot beëindiging van de strafzaak wegens overschrijding van de redelijke termijn wordt afgewezen.