ECLI:NL:RBDHA:2019:825
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen niet-ontvankelijkheid verblijfsvergunning asiel wegens internationale bescherming in Griekenland
Eiser, een Soedanese nationaliteit dragende vreemdeling, had in Griekenland internationale bescherming gekregen en verzocht in Nederland om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. Verweerder verklaarde de aanvraag niet-ontvankelijk op grond van artikel 30a van de Vreemdelingenwet 2000, omdat eiser reeds bescherming geniet in een andere EU-lidstaat.
Eiser voerde aan dat zijn situatie in Griekenland onhoudbaar was door ernstige discriminatie en slechte leefomstandigheden. De rechtbank overwoog dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel geldt ten aanzien van Griekenland, ondanks de moeilijke situatie voor statushouders aldaar.
De rechtbank oordeelde dat de omstandigheden in Griekenland niet zodanig zijn dat artikel 3 EVRM Pro wordt geschonden en dat eiser onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat het klagen bij Griekse autoriteiten onmogelijk of gevaarlijk is. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard.
Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep tegen de niet-ontvankelijkverklaring van de verblijfsvergunningaanvraag wordt ongegrond verklaard.