ECLI:NL:RBDHA:2019:8598
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvraag wegens verantwoordelijkheid Italië op grond van Dublinverordening
Eiser, met de Mauritaanse nationaliteit, diende op 10 maart 2019 een aanvraag in voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. Verweerder nam deze aanvraag niet in behandeling op grond van artikel 30, lid 1, van de Vreemdelingenwet 2000, omdat volgens de Dublinverordening Italië verantwoordelijk is voor de behandeling van de aanvraag. Nederland had een verzoek tot terugname aan Italië gedaan, dat werd aanvaard.
Eiser voerde aan dat er in Italië sprake is van systeemgerelateerde tekortkomingen in de asielprocedure en opvangvoorzieningen, waardoor het interstatelijk vertrouwensbeginsel niet langer geldt. Hij verwees naar diverse rapporten en eerdere uitspraken. De rechtbank volgde dit niet, mede omdat de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State in een recente uitspraak van 12 juni 2019 had geoordeeld dat het vertrouwensbeginsel ten aanzien van Italië nog steeds geldt.
De rechtbank stelde vast dat eiser niet aannemelijk had gemaakt dat de situatie in Italië zodanig is verslechterd dat het vertrouwensbeginsel niet meer van toepassing is. Ook de persoonlijke omstandigheden van eiser, waaronder het uitzetten uit opvang vanwege het niet naleven van regels, waren onvoldoende om het besluit te vernietigen. Verweerder had adequaat op de zienswijze van eiser gereageerd.
Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit om de asielaanvraag niet in behandeling te nemen is ongegrond verklaard.