ECLI:NL:RBDHA:2020:7852

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
14 augustus 2020
Publicatiedatum
18 augustus 2020
Zaaknummer
AWB 19/9120
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Verwijzingen
4 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beoordeling beroep tegen overdracht aan Italië op grond van interstatelijk vertrouwensbeginsel

Eiser heeft op 20 maart 2019 een asielaanvraag ingediend, maar deze werd niet in behandeling genomen omdat Italië verantwoordelijk werd gehouden voor de aanvraag. Na instemming van Italië is eiser op 27 september 2019 overgedragen. Eiser maakte bezwaar tegen deze overdracht, dat bij besluit van 28 oktober 2019 kennelijk ongegrond werd verklaard. Vervolgens stelde eiser beroep in tegen dit besluit.

De rechtbank overweegt dat de door eiser aangevoerde rapportages en persoonlijke omstandigheden reeds in eerdere procedures zijn betrokken en dat deze geen aanleiding geven om het interstatelijk vertrouwensbeginsel jegens Italië te verwerpen. De verwijzing van verweerder naar eerdere uitspraken en het oordeel van de voorzieningenrechter wordt als voldoende gemotiveerd beschouwd.

Het beroep wordt ongegrond verklaard omdat eiser geen nieuwe gronden of relevante rechtspraak heeft aangevoerd die het vertrouwen in Italië ondermijnen. De rechtbank wijst het beroep af en ziet geen aanleiding voor proceskostenveroordeling.

Uitkomst: Het beroep tegen het besluit tot overdracht aan Italië wordt ongegrond verklaard.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Haarlem
Bestuursrecht
zaaknummer: AWB 19/9120
uitspraak van de enkelvoudige kamer voor vreemdelingenzaken van 14 augustus 2020 in de zaak tussen

[eiser] , eiser,

V-nummer: [#]
(gemachtigde: mr. S.C. van Paridon, advocaat te Rotterdam),
en

de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid,

verweerder.

Procesverloop

Bij brief van 23 september 2019 heeft verweerder kenbaar gemaakt dat hij voornemens is om eiser op 27 september 2019 om 9:10 uur over te dragen aan Italië.
Eiser heeft tegen de voorgenomen feitelijke overdracht bezwaar gemaakt en de voorzieningenrechter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.
Bij uitspraak van 26 september 2019 (AWB 19/7242) heeft de voorzieningenrechter van deze rechtbank, zittingsplaats Rotterdam, het verzoek afgewezen.
Eiser is op 27 september 2019 overgedragen aan Italië.
Bij besluit van 28 oktober 2019 (het bestreden besluit) heeft verweerder het bezwaar van eiser kennelijk ongegrond verklaard.
Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.
Verweerder heeft een verweerschrift ingediend.
Nadat eiser daarvoor toestemming had gegeven en verweerder desgevraagd niet had laten weten behandeling van deze zaak op een zitting te wensen, heeft de rechtbank het onderzoek gesloten zonder een zitting te houden.

Overwegingen

De rechtbank betrekt bij de beoordeling het volgende.
Eiser heeft op 20 maart 2019 een asielaanvraag ingediend. Bij besluit van 18 juni 2019 heeft verweerder de aanvraag niet in behandeling genomen omdat verweerder Italië verantwoordelijk houdt voor de behandeling van de aanvraag. Op 29 april 2019 heeft verweerder de Italiaanse autoriteiten verzocht om eiser terug te nemen. Italië heeft op 12 mei 2019 daarmee ingestemd. Eiser heeft tegen het besluit van 20 maart 2019 beroep ingesteld. Bij uitspraak van 17 juli 2019 (NL19.14061) heeft deze rechtbank, zittingsplaats Amsterdam, het beroep ongegrond verklaard.
Verweerder stelt zich op het standpunt dat in de door eiser overgelegde rapportages terecht geen aanleiding is gezien om van overdracht aan Italië af te zien. Ten opzichte van Italië kan altijd nog van het interstatelijk vertrouwensbeginsel worden uitgegaan. Verweerder verwijst naar de uitspraak van de voorzieningenrechter van 26 september 2019.
Eiser voert aan dat verweerder onvoldoende heeft gemotiveerd waarom nog steeds ten opzichte van Italië van het interstatelijke vertrouwensbeginsel kan worden uitgegaan. Verweerders verwijzing naar de uitspraak van de voorzieningenrechter van 26 september 2019 volstaat niet.
3.1
De rechtbank overweegt dat eiser in beroep heeft verwezen naar zijn bezwaarschrift waarin hij een aantal rapportages [1] heeft aangehaald ter onderbouwing van zijn stelling dat ten opzichte van Italië niet langer van het interstatelijk vertrouwensbeginsel kan worden uitgegaan. In de uitspraak van 26 september 2019 heeft de voorzieningenrechter vastgesteld dat deze rapportages al door deze rechtbank, zittingsplaats Amsterdam, zijn betrokken in de beoordeling in de uitspraak van 17 juli 2019. De voorzieningenrechter heeft geoordeeld dat het nogmaals verwijzen naar deze rapportages geen afbreuk kan doen aan het in rechte onaantastbare besluit van 18 juni 2019. De rechtbank onderschrijft dit oordeel van de voorzieningenrechter. Verder heeft eiser in beroep verwezen naar wat hij in bezwaar naar voren heeft gebracht over zijn persoonlijke ervaringen in Italië en naar de in bezwaar aangehaalde rechtbankuitspraken [2] . Uit de uitspraak van 26 september 2019 blijkt dat de voorzieningenrechter ook deze omstandigheden en uitspraken in zijn oordeel heeft betrokken, en heeft geconcludeerd dat het niet zo is dat ten opzichte van Italië niet langer van het interstatelijke vertrouwensbeginsel kan worden uitgegaan. Nu eiser in beroep geen andere gronden heeft aangevoerd of andere rechtspraak heeft genoemd, vindt de rechtbank verweerders verwijzing in het bestreden besluit naar de uitspraak van de voorzieningenrechter van 26 september 2019 een voldoende gemotiveerde weerlegging van eisers standpunt. Eisers enkele stelling dat verweerder zich geen rekenschap heeft gegeven van de stand van zaken op dat moment, leidt de rechtbank niet tot een ander oordeel. Het is aan eiser om de bedoelde stand van zaken concreet te benoemen en zo nodig onderbouwen. Dat heeft hij niet gedaan. De beroepsgrond slaagt niet.
4. Het beroep is ongegrond.
5. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan op 14 augustus 2020 door mr. M. Kraefft, rechter, in aanwezigheid van mr. S.L.L. van den Akker, griffier. Als gevolg van de maatregelen rondom het coronavirus is deze uitspraak niet uitgesproken op een openbare uitsprakenzitting. Zodra het openbaar uitspreken weer mogelijk is, wordt deze uitspraak, voor zover nodig, alsnog in het openbaar uitgesproken.
griffier rechter
afschrift verzonden aan partijen op:
Coll:

Rechtsmiddel

Voetnoten

1.Het Country Report: Italy van april 2019 van Asylum Information Database, een bericht van Schweizerische Flüchtlingshilfe ‘Aktuelle Situation für Asylsuchende in Italien van 8 mei 2019 en een bericht van Warehousing Asylum Seekers: Salvini’s attempt to dismantle the Italian reception system van 25 april 2019.
2.Uitspraak van 21 augustus 2019 (ECLI:NL:RBDHA:2019:8598), uitspraak van 12 juli 2019 (ECLI:NL:RBDHA:2019:9043), uitspraak van 27 mei 2019 (ECLI:NL:RBDHA:2019:8972) en een uitspraak van 2 mei 2019 (ECLI:NL:RBDHA:2019:8691).