ECLI:NL:RBDHA:2019:9041
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag wegens Dublinverordening en afwijzing voorlopige voorziening
Eiser, een Nigeriaanse nationaliteit dragende vreemdeling, diende op 29 januari 2019 een aanvraag in voor een verblijfsvergunning asiel. De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid nam deze aanvraag niet in behandeling omdat Italië verantwoordelijk is voor de behandeling volgens de Dublinverordening. Eiser maakte bezwaar en verzocht tevens om een voorlopige voorziening om overdracht aan Italië te voorkomen.
De rechtbank overwoog dat Nederland niet verantwoordelijk is voor de aanvraag omdat eiser nog geen aangifte van mensenhandel heeft gedaan en geen verblijfstitel heeft ontvangen. De situatie van eiser verschilt van eerdere zaken waarin voorlopige voorzieningen werden toegekend omdat er geen concrete datum voor overdracht is en geen afspraak voor aangifte bij de politie.
De rechtbank achtte het relaas van eiser over dwang en uitbuiting onvoldoende om hem als kwetsbaar aan te merken. Ook gaf zij aan dat de Italiaanse autoriteiten algemene garanties hebben gegeven over opvang en bescherming. Het beroep werd ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet in behandeling nemen van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen.