ECLI:NL:RVS:2016:266
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- G. van der Wiel
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Vernietiging afwijzing verblijfsvergunning asiel wegens onvoldoende garanties opvang in Italië
De vreemdeling diende op 25 december 2014 een asielaanvraag in Nederland in, mede voor haar minderjarige kinderen. De staatssecretaris wees de aanvraag op 22 april 2015 af omdat Italië verantwoordelijk is voor de behandeling van de aanvraag op grond van de Dublinverordening. De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling ongegrond. De vreemdeling stelde hoger beroep in bij de Raad van State.
De Raad van State oordeelde dat de rechtbank ten onrechte had geoordeeld dat de Italiaanse autoriteiten voldoende garanties boden dat de vreemdeling en haar kinderen na overdracht opvang zouden krijgen die voldoet aan artikel 3 EVRM Pro, zoals vereist na het arrest Tarakhel van het EHRM. De Afdeling bestuursrechtspraak vernietigde daarom de uitspraak van de rechtbank en het besluit van de staatssecretaris.
Verder oordeelde de Raad dat de vreemdeling onvoldoende had onderbouwd dat zij in Italië risico loopt op eerwraak en dat de staatssecretaris terecht geen bedenktijd had toegekend voor aangifte mensenhandel. Ook was het niet onredelijk dat de staatssecretaris uitging van vergelijkbare medische voorzieningen in lidstaten en dat een fit-to-fly onderzoek zal plaatsvinden voor overdracht.
De rechtsgevolgen van het vernietigde besluit blijven echter in stand. De Raad van State veroordeelde de staatssecretaris tot vergoeding van proceskosten van €1.488,00 aan de vreemdeling. De uitspraak werd gedaan op 27 januari 2016 door de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het besluit tot afwijzing van de asielaanvraag wordt vernietigd vanwege onvoldoende garanties voor opvang in Italië, maar de rechtsgevolgen blijven in stand.