ECLI:NL:RBDHA:2019:9047
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag wegens Dublinverordening en mensenhandelclaims
Eiser, een Gambiaanse asielzoeker, diende op 7 maart 2019 een aanvraag in voor een verblijfsvergunning asiel in Nederland. De staatssecretaris nam deze aanvraag niet in behandeling omdat op grond van de Dublinverordening Italië verantwoordelijk is voor de behandeling van de aanvraag. Eiser voerde aan dat hij in Italië slachtoffer was van mensenhandel en dat hij daar geen aangifte kon doen vanwege samenwerking van politie met de exploitant van het opvangkamp. Tevens stelde hij ernstige psychische problemen te hebben door het misbruik en dat hij in Nederland medische zorg wenste.
De rechtbank overwoog dat Nederland de aanvraag niet in behandeling hoeft te nemen zolang Italië verantwoordelijk blijft en dat eiser nog geen aangifte van mensenhandel in Nederland heeft gedaan. De stellingen over het ontbreken van adequate bescherming in Italië werden onvoldoende onderbouwd. Ook was er geen bewijs dat medische zorg in Italië niet beschikbaar is of dat Nederland geschikter is voor behandeling.
De rechtbank verwees naar eerdere jurisprudentie en concludeerde dat de situatie van eiser niet vergelijkbaar is met zaken waarin voorlopige voorzieningen werden getroffen. De rechtbank zag geen reden om af te wijken van het Dublinbesluit en wees het beroep af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet in behandeling nemen van de asielaanvraag is ongegrond verklaard.