Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de voorzieningenrechter van 23 augustus 2019 in de zaak tussen
de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder
Procesverloop
Overwegingen
nadatde asielaanvraag door zijn moeder was ingediend, de gevraagde vergunning geweigerd. Dat de asielprocedure is afgesloten, omdat verzoekster niet meer in hoger beroep is gekomen tegen de uitspraak van 1 mei 2012, maakt dat niet anders. Verweerder past een te restrictieve uitleg van laatstbedoelde paragraaf van de Vc toe door te verlangen dat het kind
tijdensde asielprocedure is geboren. Verzoekster wijst ter onderbouwing van haar standpunt op de brief van de Staatssecretaris van Veiligheid en Justitie aan de Voorzitter van de Tweede Kamer van 21 december 2012 en brengt naar voren dat [verzoeker] een kind is met een “asielachtergrond”, zoals bedoeld in deze brief. [2] Verzoekers hebben aangevoerd dat zij bewust geen kansloze procedures hebben gestapeld, en dat zij daar nu voor hun gevoel voor gestraft worden.
tijdenseen lopende asielprocedure, om te voldoen aan voorwaarde b van deze paragraaf. Immers, omschreven is enkel dat het kind – wanneer deze nog niet geboren is – “na de start” van de procedure moet zijn geboren, en niet dat die procedure op dat moment nog open moet staan. De voorzieningenrechter volgt verweerder dan ook niet zonder meer, wanneer hij stelt dat dit vereiste besloten ligt in de bedoelde paragraaf van de Vc.