ECLI:NL:RBDHA:2019:9166
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep ongegrond tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag wegens verantwoordelijkheid Italië onder Dublinverordening
Eiser, van Algerijnse nationaliteit, diende op 4 september 2018 een asielaanvraag in Nederland in. Verweerder nam deze niet in behandeling omdat uit Eurodac-gegevens bleek dat eiser illegaal via Italië de EU was binnengekomen. Italië werd verzocht hem over te nemen, wat op 18 januari 2019 gebeurde. Een opvolgende aanvraag in Nederland op 6 februari 2019 werd eveneens niet in behandeling genomen, met opnieuw een verzoek aan Italië om overname, dat op 28 maart 2019 werd geaccepteerd.
Eiser betoogde dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel ten onrechte werd toegepast en dat hij in Italië niet de mogelijkheid kreeg om internationale bescherming aan te vragen. Hij stelde ernstige structurele tekortkomingen in de Italiaanse asielprocedure en opvang aan. De rechtbank oordeelde dat Italië in beginsel verantwoordelijk is en dat het claimakkoord van 28 maart 2019 garanties biedt dat de aanvraag conform Europese richtlijnen wordt behandeld.
De rechtbank stelde dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel voor Italië geldt, zoals bevestigd in eerdere uitspraken van de Afdeling bestuursrechtspraak. Eiser bracht geen concrete feiten aan die dit vertrouwen zouden ondermijnen. Zijn vrees voor ondermaatse opvang en dakloosheid was onvoldoende aannemelijk gemaakt. Ook werden geen aanvullende garanties vereist omdat eiser niet tot een kwetsbare groep behoort zoals bedoeld in het Tarakhel-arrest van het EHRM.
Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit om de asielaanvraag niet in behandeling te nemen is ongegrond verklaard.