ECLI:NL:RBDHA:2019:9180
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Verzoek tot opheffing inreisverbod afgewezen wegens ontbreken bijzondere omstandigheden
Eiseres, met de Georgische nationaliteit, heeft een inreisverbod van twee jaar opgelegd gekregen na afwijzing van haar asielaanvraag. Dit besluit is door de rechtbank Groningen bevestigd en is in rechte vast komen te staan.
Eiseres verzocht om opheffing van het inreisverbod, maar de rechtbank oordeelt dat zij niet voldoet aan de voorwaarden van artikel 6.5b van het Vreemdelingenbesluit, omdat zij ten tijde van het bestreden besluit nog niet ten minste de helft van de duur van het inreisverbod buiten de Europese Unie heeft verbleven. Daarnaast heeft zij geen bijzondere feiten of omstandigheden gesteld die opheffing rechtvaardigen.
Het beroep op bescherming van het gezinsleven op grond van artikel 8 EVRM Pro wordt verworpen omdat deze omstandigheden reeds zijn betrokken bij het opleggen van het inreisverbod en onvoldoende zijn onderbouwd. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen het inreisverbod wordt ongegrond verklaard en het inreisverbod blijft van kracht.