ECLI:NL:RBDHA:2019:93
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verblijfsvergunning overig humanitair voor langdurig in Nederland verblijvend gezin
Eisers, een gezin uit Oekraïne, vroegen om een reguliere verblijfsvergunning op grond van overig humanitair redenen. Verweerder wees dit af omdat eisers geen geldige machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) hadden en niet voldeden aan vrijstelling hiervan. Eisers voerden aan dat uitzetting schade veroorzaakt aan de ontwikkeling van de kinderen en verwezen naar psychologische rapporten en een nota over schaderisico bij uitzetting.
De rechtbank oordeelde dat verweerder alle relevante feiten en omstandigheden had betrokken bij zijn belangenafweging en dat het belang van de Nederlandse staat zwaarder woog dan dat van eisers. De psychologische rapporten boden onvoldoende bewijs dat de risico’s zich daadwerkelijk hadden voorgedaan en verweerder hoefde geen positieve verplichting tot verblijf te erkennen. Ook was niet gebleken dat de kinderen in Oekraïne onderwijs werd onthouden of dat zij niet konden integreren.
De rechtbank stelde vast dat verweerder terecht het bezwaar ongegrond had verklaard en dat het horen van eisers in bezwaar niet noodzakelijk was. Het beroep werd ongegrond verklaard en de afwijzing van de verblijfsvergunning bleef in stand.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de verblijfsvergunning overig humanitair wordt ongegrond verklaard.