Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 1 maart 2021 in de zaak tussen
[eiser 1] , eiser, V-nummer [V-nummer 1]
de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Den Haag
Eisers, beiden Oekraïense minderjarigen, vroegen een verblijfsvergunning aan voor niet-tijdelijke humanitaire gronden en verblijf bij familie. Verweerder wees deze aanvragen af wegens het ontbreken van een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) en het niet kunnen vrijstellen van het mvv-vereiste. Eisers stelden dat verweerder onvoldoende rekening had gehouden met hun belangen en dat vrijstelling op grond van artikel 8 EVRM Pro gerechtvaardigd was.
De rechtbank oordeelt dat verweerder de belangen van eisers zorgvuldig heeft afgewogen, mede gelet op eerdere procedures waarin dezelfde belangen reeds zijn beoordeeld en telkens tot afwijzing leidden. De overgelegde psychologische rapportages zijn betrokken in de besluitvorming en leiden niet tot een ander oordeel. Ook is niet aannemelijk gemaakt dat het verblijf in Oekraïne een ernstige bedreiging vormt voor de ontwikkeling van eisers.
Verder is geoordeeld dat het niet horen van eisers in bezwaar gerechtvaardigd was omdat het bezwaar geen aanleiding kon geven tot een ander besluit. De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en wijst het af.
De uitspraak is gedaan door rechter E.S.G. Jongeneel en griffier A.M. Petersen op 1 maart 2021. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep tegen de weigering van vrijstelling van het mvv-vereiste wordt ongegrond verklaard.