So What sloot in maart 2014 een overeenkomst met Vloerenbedrijf voor het leggen van pvc-tegels op een houten vloer. Na levering ontstonden problemen met de lasnaden, waarop meerdere reparaties volgden zonder oplossing. So What stelde de overeenkomst partieel ontbonden wegens tekortkoming en vorderde betaling van een bedrag ter vergoeding.
De kantonrechter stelde vast dat Vloerenbedrijf tekortgeschoten is in de nakoming van haar verbintenis voor het deel van de vloer op de houten ondervloer. So What had meerdere malen ingebrekestellingen gestuurd en was gerechtigd de overeenkomst partieel te ontbinden. Omdat de vloer niet ongedaan gemaakt kon worden, moest vergoeding van de werkelijke waarde plaatsvinden.
Voor het overige deel van de vloer was geen tekortkoming vastgesteld, mede omdat So What had ingestemd met een wijziging van de overeenkomst betreffende het type tegels. De gevorderde expertisekosten werden toegewezen, evenals een redelijke vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten. Proceskosten werden ieder voor eigen rekening gelaten.