De rechtbank Den Haag heeft op 30 augustus 2019 uitspraak gedaan in een echtscheidingszaak tussen partijen gehuwd in gemeenschap van goederen sinds 1973. De vrouw verzocht partneralimentatie, verdeling van de huwelijksgemeenschap en afstorting van oudedagsvoorziening. De man verweerde zich tegen de alimentatie en stelde eigen verzoeken.
De rechtbank stelde vast dat de man feitelijk gepensioneerd is en alleen AOW-inkomen heeft, waarbij lijfrentes en stamrecht als vermogensbestanddelen niet meetellen voor draagkracht. Daarom werd het verzoek tot partneralimentatie afgewezen. De echtscheiding werd uitgesproken op grond van duurzame ontwrichting.
De verdeling van de huwelijksgemeenschap vond plaats met peildatum 1 oktober 2018. De echtelijke woning moet worden verkocht, waarbij hypotheek en leningen worden afgelost en de overwaarde wordt gedeeld. Aandelen in de B.V. worden aan de man toegedeeld met een verplichting tot betaling aan de vrouw. Lijfrentes worden gesplitst en gedeeld. Verder werd de vrouw veroordeeld tot terugbetaling van betaalde ziektekostenpremies. De man moet medewerking verlenen aan afstorting van de oudedagsvoorziening op een door de vrouw aan te wijzen rekening.