Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaken tussen
[naam 1], eiser,
,
Rechtbank Den Haag
Eisers, van Nigeriaanse nationaliteit, dienden op 3 mei 2019 asielaanvragen in Nederland in. De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid nam deze niet in behandeling, omdat Italië verantwoordelijk werd geacht op grond van de Dublinverordening. Uit Eurodac-onderzoek bleek dat eisers eerder in Italië asiel hadden aangevraagd.
Eisers voerden aan dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel niet van toepassing is vanwege tekortkomingen in de Italiaanse opvang, vooral voor kwetsbare groepen zoals zwangere vrouwen en gezinnen met minderjarige kinderen. Zij verwezen naar recente jurisprudentie en medische omstandigheden.
De rechtbank oordeelde dat het zogenaamde fictieve claimakkoord geldt en dat Italië zijn verplichtingen nakomt. De rechtbank volgde de eerdere uitspraken van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State en zag geen reden om het interstatelijk vertrouwensbeginsel te verwerpen. Ook de medische omstandigheden van eisers rechtvaardigen geen uitzondering. De beroepen zijn daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: De beroepen tegen de weigering om de asielaanvragen in behandeling te nemen zijn ongegrond verklaard.