ECLI:NL:RVS:2019:2727
Raad van State
- Hoger beroep
- E. Steendijk
- J.J. van Eck
- G.M.H. Hoogvliet
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank over niet-behandeling asielaanvragen Dublinclaimanten
Bij besluiten van 18 april 2019 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid aanvragen van vreemdelingen om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd niet in behandeling genomen. De rechtbank Den Haag verklaarde de beroepen van de vreemdelingen gegrond, vernietigde de besluiten en bepaalde dat nieuwe besluiten moesten worden genomen.
De minister stelde hiertegen hoger beroep in bij de Raad van State. De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat de grieven over de opvang in Italië van gezinnen met minderjarige kinderen na overdracht op grond van de Dublinverordening gegrond zijn, en vernietigde de uitspraak van de rechtbank. De Afdeling toetste vervolgens de besluiten van de staatssecretaris aan de beroepsgronden.
De vreemdelingen voerden aan dat de staatssecretaris ten onrechte uitging van het interstatelijk vertrouwensbeginsel en dat hij niet had voldaan aan zijn verplichtingen inzake medische gegevensuitwisseling. De Afdeling verwierp deze gronden, verwijzend naar eerdere uitspraken en het feit dat de Italiaanse autoriteiten het claimverzoek hadden geaccepteerd. De beroepen werden daarom ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Raad van State vernietigt de uitspraak van de rechtbank en verklaart de beroepen van de vreemdelingen ongegrond.