De gemeente Leiden organiseerde een meervoudige onderhandse aanbesteding voor het bouwrijp maken van het Rijnsburgerblok K3/K4, waarbij de beste prijs-kwaliteitverhouding als gunningscriterium gold. Eiseres en [B.V. I] dienden tijdig een inschrijving in met een plan van aanpak. De gemeente gaf de opdracht voornemens te gunnen aan [B.V. I], waarbij eiseres als tweede eindigde met een verschil van ruim 20 punten.
Eiseres werd uitgesloten van verdere deelname wegens overtreding van het contactverbod door een e-mail aan een wethouder te sturen. De rechtbank oordeelde dat deze uitsluiting niet gegrond was omdat geen sprake was van oneerlijke concurrentie en de gunningsbeslissing al genomen was. Eiseres had daardoor belang bij een beoordeling van haar bezwaren tegen de puntentoekenning.
De rechtbank stelde vast dat de beoordelingscommissie een ruime beoordelingsvrijheid heeft en dat de lagere score van eiseres op het subgunningscriterium plan van aanpak niet onbegrijpelijk was. Ook de hogere score van [B.V. I] vanwege BREEAM-certificering was gerechtvaardigd, omdat dit aansluit bij de doelstellingen van de gemeente en uit de inschrijving bleek. Eiseres slaagde er niet in aannemelijk te maken dat [B.V. I] niet aan die certificering zou voldoen of dat zij zelf punten had moeten krijgen voor BREEAM.
De vorderingen van eiseres werden daarom afgewezen en zij werd veroordeeld in de proceskosten van zowel de gemeente als [B.V. I].