ECLI:NL:RBDHA:2020:10074
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag wegens Dublinverordening en visumintrekking
Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid om haar asielaanvraag niet in behandeling te nemen, omdat Letland verantwoordelijk is voor de behandeling op grond van de Dublinverordening. De aanvraag werd niet in behandeling genomen omdat Nederland een verzoek tot overname aan Letland had gedaan, dat door Letland was aanvaard.
Eiseres voerde aan dat het visum dat haar toegang gaf tot Letland met terugwerkende kracht was ingetrokken vanwege onbetrouwbare informatie, waardoor zij geen geldig visum zou hebben gehad. De rechtbank oordeelde echter dat het visum haar daadwerkelijk toegang had verschaft en dat de intrekking met terugwerkende kracht hieraan niets afdoet. Daarom is Letland verantwoordelijk volgens artikel 12, vierde lid, van de Dublinverordening.
Verder stelde eiseres dat bijzondere omstandigheden, zoals haar gezondheidstoestand, het risico op schending van haar rechten bij overdracht naar Letland en haar status als slachtoffer van mensenhandel, een behandeling in Nederland rechtvaardigen. De rechtbank vond dat eiseres onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat haar gezondheidstoestand zodanig ernstig is dat overdracht onaanvaardbaar is en dat er geen sprake is van structurele tekortkomingen in het Letse asiel- en opvangsysteem die een overdracht verbieden.
Ook het beroep op het recht op verblijf voor slachtoffers van mensenhandel faalde, omdat eiseres geen aangifte had gedaan en de aanvraag buiten behandeling was gesteld op grond van de Dublinverordening. De rechtbank concludeerde dat het beroep ongegrond is en wees een proceskostenveroordeling af.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet in behandeling nemen van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard.