ECLI:NL:RBDHA:2020:10077

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
25 juni 2020
Publicatiedatum
8 oktober 2020
Zaaknummer
NL20.9252
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:57 AwbArt. 30 VwArt. 18 DublinverordeningArtikel 17 DublinverordeningArtikel 4 Handvest van de grondrechten van de Europese Unie
Verwijzingen
13 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing beroep tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag wegens Dublinverordening en Spanje als verantwoordelijke lidstaat

Eiser, met de Syrische nationaliteit, heeft een asielaanvraag ingediend die door de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid niet in behandeling is genomen op grond van de Dublinverordening, omdat Spanje als verantwoordelijke lidstaat is aangewezen. Eiser stelde dat de asielaanvraag aan Nederland had moeten worden toegewezen vanwege gezondheidsrisico’s bij overdracht, gerelateerd aan het coronavirus, en problemen in het Spaanse opvangsysteem.

De rechtbank overwoog dat Nederland uit mag gaan van het interstatelijk vertrouwensbeginsel en dat Spanje het verzoek tot terugname heeft aanvaard. Het aangevoerde AIDA-rapport en de omstandigheden in Spanje zijn onvoldoende om aan te nemen dat Spanje zijn internationale verplichtingen niet nakomt. Ook is niet aannemelijk gemaakt dat eiser bij terugkeer een onmenselijke of vernederende behandeling zal ondervinden.

De tijdelijke belemmering van overdracht vanwege COVID-19-maatregelen vormt geen grond om het besluit onrechtmatig te achten. De rechtbank concludeert dat er geen bijzondere individuele omstandigheden zijn die rechtvaardigen dat Nederland de asielaanvraag aan zich trekt. Het beroep wordt ongegrond verklaard en een proceskostenveroordeling wordt niet toegewezen.

Uitkomst: Het beroep tegen het niet in behandeling nemen van de asielaanvraag is ongegrond verklaard.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Middelburg
Bestuursrecht
zaaknummer: NL20.9252

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[naam] eiser

V-nummer: [v-nummer]
(gemachtigde: mr. F.J.M. Schonkeren),
en

de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder

(gemachtigde: mr. H.J. Metselaar).

Procesverloop

Bij besluit van 17 april 2020 (het bestreden besluit) heeft verweerder de aanvraag van eiser tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd niet in behandeling genomen op de grond dat Spanje verantwoordelijk is voor de behandeling daarvan.
Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.
Met toestemming van partijen doet de rechtbank uitspraak zonder zitting op grond van artikel 8:57, eerste lid, van de Awb. [1]

Overwegingen

1. Eiser stelt te zijn geboren op [geboortedatum] en de Syrische nationaliteit te bezitten.
2. Verweerder heeft het bestreden besluit gebaseerd op artikel 30, eerste lid, van de Vw. [2] Daarin is bepaald dat een aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd niet in behandeling wordt genomen indien op grond van de Dublinverordening [3] is vastgesteld dat een andere lidstaat verantwoordelijk is voor de behandeling van de aanvraag. In dit geval heeft Nederland bij Spanje een verzoek om terugname gedaan. Spanje heeft dit verzoek aanvaard onder verwijzing naar artikel 18, eerste lid, aanhef en onder b, van de Dublinverordening.
3. Eiser voert aan dat verweerder de asielaanvraag aan zich had moeten trekken nu overdracht naar Spanje gezondheidsrisico’s met zich kan brengen. De gezondheidstoestand van eiser kan, indien hij besmet wordt met het coronavirus, ernstig en blijvend verslechteren. Eiser meent dat zolang overdracht niet mag plaatsvinden vanwege het coronavirus, er niet besloten mag worden om de asielaanvraag niet in behandeling te nemen. Hij verwijst in dit verband naar het arrest C.K. tegen Slovenië. [4]
Eiser voert verder aan dat terugkerende Dublinclaimanten in Spanje problemen ervaren. Hij meent dat in Spanje sprake is van aan het systeem van de opvangvoorzieningen en de asielprocedure gerelateerde tekortkomingen. Eiser zou bij terugkeer naar Spanje een reëel risico lopen om buitengesloten te worden en op straat te belanden aangezien hij zonder toestemming uit de asielopvang in Spanje is vertrokken en sindsdien niet heeft meegedaan aan de voorgeschreven integratieactiviteiten. Eiser meent dat hem toegang tot de asielopvang kan worden onthouden en stelt dat hij geen gratis rechtshulp krijgt als hij daartegen wil opkomen. Daarnaast stelt eiser dat hij al zes maanden opvang heeft gehad, waardoor hij alleen recht zou hebben op de zogenoemde tweede-fase opvang. Dit zou onvoldoende zijn voor normaal levensonderhoud. Hij wijst ter onderbouwing van zijn standpunt naar het rapport van AIDA inzake Spanje van april 2020. [5]
De rechtbank oordeelt als volgt.
4. In zijn algemeenheid mag verweerder ten opzichte van Spanje uitgaan van het interstatelijk vertrouwensbeginsel. Door het aanvaarden van het terugnameverzoek garanderen de Spaanse autoriteiten verder dat zij een verzoek om internationale bescherming van eiser in behandeling zullen nemen overeenkomstig de Opvangrichtlijn [6] , Kwalificatierichtlijn [7] en de Procedurerichtlijn [8] .
5. Eiser heeft niet aannemelijk gemaakt dat er sprake is van zodanig ernstige en structurele tekortkomingen dat op grond daarvan niet langer van het interstatelijk vertrouwensbeginsel zou kunnen worden uitgegaan. Het door eiser aangehaalde AIDA-rapport is hiervoor niet voldoende. Weliswaar vermeldt het rapport problemen en tekortkomingen, uit het AIDA-rapport kan niet worden afgeleid dat terugkerende Dublinclaimanten stelselmatig hun rechten conform de Opvangrichtlijn, Kwalificatierichtlijn en de Procedurerichtlijn worden onthouden. Er wordt verder een zekere autonomie gevraagd van asielzoekers na zes maanden opvang genoten te hebben, maar dit betekent nog niet dat asielzoekers helemaal geen hulp of ondersteuning meer zullen ontvangen.
6. Mocht eiser na overdracht aan Spanje menen dat Spanje zijn internationale verplichtingen jegens eiser niet nakomt, kan eiser daarover klagen bij de Spaanse autoriteiten. Het enkele feit dat er mogelijk geen recht meer is op gefinancierde rechtsbijstand, betekent niet dat het onmogelijk is om rechtsmiddelen aan te wenden.
7. Eiser heeft niet aannemelijk gemaakt dat hij bij terugkeer naar Spanje in een toestand zal geraken die gelijk kan worden gesteld met een onmenselijke of vernederende behandeling als bedoeld in artikel 4 van Pro het Handvest [9] en artikel 3 van Pro het EVRM. [10]
Uit het arrest C.K. tegen Slovenië blijkt dat beoordeeld dient te worden of de overdracht van eiser op zichzelf een reëel en bewezen risico op een aanzienlijke en onomkeerbare achteruitgang van diens gezondheidstoestand zal inhouden. Niet is gebleken dat eiser medische problemen heeft. De algemene gezondheidssituatie in Spanje als gevolg van het coronavirus betreft geen bijzondere individuele omstandigheden. Eiser wordt overigens vooralsnog niet overgedragen aan Spanje vanwege de maatregelen rondom de bestrijding van het coronavirus. De omstandigheid dat de overdracht op dit moment niet kan worden uitgevoerd vanwege de maatregelen rondom de bestrijding van het coronavirus, is een tijdelijk, feitelijk overdrachtsbeletsel. Dit maakt de vaststelling van Spanje als verantwoordelijke lidstaat niet onrechtmatig en staat er niet aan in de weg dat, als dat beletsel is opgeheven, de vreemdeling alsnog kan worden overgedragen. De suggestie dat eiser te zijner tijd na overdracht mogelijk besmet kan raken, levert geen reëel en bewezen risico op.
8. Verweerder heeft dan ook in redelijkheid kunnen concluderen dat niet is gebleken van zodanige bijzondere individuele feiten of omstandigheden dat hij de asielaanvraag op grond van artikel 17, eerste lid van de Dublinverordening aan zich had moeten trekken.
9. Het beroep is ongegrond.
10. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. J.F.I. Sinack, rechter, in aanwezigheid van mr. S. Zohrabian, griffier.
De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:
Rechtsmiddel
Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen één week na de dag van bekendmaking.

Voetnoten

1.Algemene wet bestuursrecht.
2.Vreemdelingenwet 2000.
3.Verordening (EU) Nr. 604/2013.
4.Hof van Justitie van de Europese Unie, 16 februari 2017 (
5.Asylum Information Database Country Report: Spain, 2019, update april 2020.
6.Richtlijn 2013/33/EU.
7.Richtlijn 2011/95/EU.
8.Richtlijn 2013/32/EU.
9.Handvest van de grondrechten van de Europese Unie.
10.Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden.