Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[naam] , eiser
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
mr. S. Zohrabian, griffier.
Rechtbank Den Haag
Eiser, een Oekraïense burger, diende een asielaanvraag in Nederland in. Verweerder, de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, nam de aanvraag niet in behandeling op grond van artikel 30 van Pro de Vreemdelingenwet 2000, omdat Zwitserland verantwoordelijk is voor de behandeling volgens de Dublinverordening. Nederland heeft een verzoek tot terugname aan Zwitserland gedaan, dat dit heeft aanvaard.
Eiser stelde dat hij niet tijdig overleg kon voeren met zijn gemachtigde door de coronamaatregelen en dat hij problemen en onvoldoende medische zorg in Zwitserland zou ondervinden. De rechtbank oordeelde dat eiser onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat hij niet met zijn gemachtigde kon overleggen of dat Zwitserland zijn internationale verplichtingen niet nakomt. De enkele wantrouwen jegens Zwitserse autoriteiten en onzekerheid over corona-ontwikkelingen zijn onvoldoende om het interstatelijk vertrouwensbeginsel te doorbreken.
De rechtbank concludeerde dat er geen bijzondere omstandigheden zijn die de overdracht aan Zwitserland onevenredig hard maken. Ook is niet gebleken dat eiser specialistische medische zorg nodig heeft die Zwitserland niet kan bieden. Het beroep is daarom ongegrond verklaard. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit om de asielaanvraag niet in behandeling te nemen is ongegrond verklaard.