Uitspraak
Rechtbank DEN HAAG
1.Het onderzoek ter terechtzitting
2.De tenlastelegging
althans zwaar lichamelijk letsel toe te brengen,met dat opzet en al dan niet na kalm beraad en rustig overleg, die [slachtoffer 2] (met kracht) met een mes, althans een scherp en/of puntig voorwerp in de nek/hals, althans het lichaam heeft gestoken, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid.
3.Inleiding: aard van de zaak.
4.Overwegingen omtrent het bewijs
“Ik heb nooit een mes bij me. Ik heb het voorwerp niet in mijn handen gehad. Het voorwerp dat [slachtoffer 2] in zijn handen had heb ik nooit in mijn handen gehad”.
5.De strafbaarheid van het bewezenverklaarde
6.De strafbaarheid van de verdachte
7.De strafoplegging
8.De vorderingen van de benadeelde partijen/de schadevergoedingsmaatregelen
normschending jegens een ander(te weten: het slachtoffer).
jegens het overleden slachtoffer(te weten: het bewezenverklaarde strafbare feit). Om smartengeld te kunnen toewijzen, moet eerst de vraag worden beantwoord of de verdachte onrechtmatig heeft gehandeld
jegens de benadeelde partij(en) zelf. Die vraag lag in de onderhavige strafprocedure echter niet voor en kan door de rechtbank dan ook niet beantwoord worden. Een nadere beoordeling van de kwalificatie van het handelen van de verdachte jegens de benadeelde partijen zou een onevenredige belasting van het strafgeding opleveren, zodat zij in dit deel van hun vorderingen niet-ontvankelijk zullen worden verklaard.
tot op heden, zijnde16 oktober 2020, de datum van dit vonnis, heeft geleden. Gelet op het voorgaande begroot de rechtbank die schade op € 20.000.
€ 20.000,-aan immateriële schade, te weten affectieschade, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 17 september 2019, omdat de schade op die dag is ontstaan.
tot op heden, zijnde 16 oktober 2020,heeft geleden op een bedrag van
€ 20.000,-en zal dit bedrag toewijzen, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de datum van deze uitspraak.
€ 1.815,-, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 13 juli 2020, omdat de betreffende kosten op die datum zijn gemaakt.
€ 20.000,-, vermeerderd met de wettelijke rente daarover vanaf 17 september 2019 tot aan de dag van de algehele voldoening en tot betaling aan de Staat van een bedrag van
€ 20.000,-, vermeerderd met de wettelijke rente daarover vanaf de datum van deze uitspraak tot aan de dag van de algehele voldoening en tot betaling aan de Staat van een bedrag van
€ 1.815,-, vermeerderd met de wettelijke rente daarover vanaf 13 juli 2020 tot aan de dag van de algehele voldoening, ten behoeve van [benadeelde 1] .
€ 20.000,-aan immateriële schade, te weten affectieschade, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 17 september 2019, omdat de schade op die dag is ontstaan.
€ 20.000,-, vermeerderd met de wettelijke rente daarover vanaf 17 september 2019 tot aan de dag van de algehele voldoening, ten behoeve van [benadeelde 2] .
€ 20.000,-aan immateriële schade, te weten affectieschade, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 17 september 2019, omdat de schade op die dag is ontstaan.
€ 20.000,-, vermeerderd met de wettelijke rente daarover vanaf 17 september 2019 tot aan de dag van de algehele voldoening, ten behoeve van [benadeelde 3] .
€ 20.000,-aan immateriële schade, te weten affectieschade, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 17 september 2019, omdat de schade op die dag is ontstaan.
€ 20.000,-, vermeerderd met de wettelijke rente daarover vanaf 17 september 2019 tot aan de dag van de algehele voldoening, ten behoeve van