ECLI:NL:RBDHA:2020:10221
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Rechterlijke machtiging tot opname en verblijf wegens dementie
Het Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ) verzocht de rechtbank om een machtiging te verlenen voor opname en verblijf van een cliënt met een psychogeriatrische aandoening, namelijk dementie (gemengd type Alzheimer en vasculair). De cliënt verbleef reeds in een zorgaccommodatie en verzette zich verbaal tegen het verblijf, maar niet fysiek.
De rechtbank behandelde het verzoek op 6 oktober 2020, waarbij de cliënt, zijn advocaat, een verpleegkundig specialist en een verpleegkundige telefonisch werden gehoord vanwege COVID-19 maatregelen. De advocaat betwistte de geldigheid van de medische verklaring omdat deze was opgesteld door een arts verbonden aan de zorgaanbieder waar de cliënt verbleef, wat volgens artikel 26 lid 7 Wzd Pro niet is toegestaan.
De rechtbank erkende dat de medische verklaring niet aan deze formele eis voldeed, maar overwoog dat de wetgever voornemens is deze eis te laten vervallen. De rechtbank twijfelde niet aan de onafhankelijkheid van de arts en besloot geen consequenties te verbinden aan deze afwijking.
De rechtbank concludeerde dat de opname noodzakelijk en geschikt is om ernstig nadeel door de dementie te voorkomen, dat er geen minder ingrijpende alternatieven zijn en dat voldaan is aan de wettelijke criteria. De machtiging werd verleend voor de duur van zes maanden, tot uiterlijk 6 april 2021.
Uitkomst: De rechtbank verleent de machtiging tot opname en verblijf voor zes maanden ondanks het verzet van de cliënt.