ECLI:NL:RBDHA:2020:10326
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Toewijzing gehandicaptenparkeerplaats ondanks overlast door vogeluitwerpselen
Eiseres heeft een gehandicaptenparkeerplaats (GPP) toegewezen gekregen nabij haar woning door het college van burgemeester en wethouders van Den Haag. Zij ervaart echter overlast van vogeluitwerpselen door een boom naast de toegewezen parkeerplaats, waardoor zij haar auto elders parkeert en conflicten met buurtbewoners ontstaan. Eiseres vordert daarom een andere locatie voor de GPP en een langere geldigheidsduur van haar gehandicaptenparkeerkaart.
De rechtbank overweegt dat het college een ruime discretionaire bevoegdheid heeft bij het aanwijzen van een GPP en dat het toegewezen parkeerplaatsbeleid is gebaseerd op de Beleidsregels gehandicaptenparkeren 2012. Hoewel eiseres overlast ervaart, is niet aannemelijk gemaakt dat de toegewezen parkeerplaats ongeschikt is voor het doel van de GPP. De overlast door vogels vormt geen voldoende grond om af te wijken van het beleid en een andere locatie aan te wijzen.
Daarnaast is niet gebleken dat de gezondheidsklachten van eiseres zijn toegenomen door de situatie. Het college heeft terecht geen hardheidsclausule toegepast. De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en wijst daarmee het verzoek van eiseres af. De gehandicaptenparkeerkaart is inmiddels verlengd tot februari 2022, waardoor het verzoek tot een langere geldigheidsduur niet meer aan de orde is.
Uitkomst: Het beroep van eiseres tegen het besluit tot toewijzing van de gehandicaptenparkeerplaats nabij haar woning wordt ongegrond verklaard.