ECLI:NL:RBDHA:2020:10327
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Bezwaar tegen verlaging bijstandsuitkering niet-ontvankelijk wegens te late indiening
Eiser ontving een bijstandsuitkering die door verweerder bij besluit van 24 mei 2019 met 100% werd verlaagd wegens belemmering van het vinden van werk. Eiser maakte op 11 juli 2019 bezwaar tegen een besluit van 8 juli 2019, dat later ook als bezwaar tegen het primaire besluit werd behandeld. Verweerder verklaarde het bezwaar niet-ontvankelijk wegens te late indiening.
Eiser voerde aan dat hij door detentie niet tijdig bezwaar kon maken en dat hij gerechtvaardigd vertrouwen had dat het bezwaar ontvankelijk was vanwege telefonisch contact tussen zijn gemachtigde en verweerder. Ook wees hij op de complexiteit en het aantal besluiten.
De rechtbank oordeelde dat de bezwaartermijn van zes weken was verstreken en dat detentie geen verschoonbare reden opleverde omdat eiser voorzieningen had kunnen treffen. Het beroep op het vertrouwensbeginsel faalde omdat er geen duidelijke toezeggingen waren gedaan vóór het verstrijken van de termijn. Het bezwaar is terecht niet-ontvankelijk verklaard en het beroep ongegrond.
Uitkomst: Het beroep van eiser wordt ongegrond verklaard omdat het bezwaar te laat is ingediend en het beroep op het vertrouwensbeginsel faalt.