ECLI:NL:RBDHA:2020:10378
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek tot verlaging ontslagleeftijd bij Defensie wegens objectieve rechtvaardiging
Eiser, geboren in 1972 en sinds 2003 in vaste dienst bij de zeemacht, verzocht om verlaging van zijn ontslagleeftijd van 60 naar 55 jaar op grond van artikel 39a AMAR. Dit verzoek werd afgewezen omdat hij na de datum van verhoging van de ontslagleeftijd voor onbepaalde tijd werd aangesteld en daardoor niet onder de overgangsregeling valt.
Eiser stelde dat het onderscheid tussen personeel met een aanstelling voor bepaalde tijd en onbepaalde tijd verboden discriminatoir is en in strijd met de Wet onderscheid bepaalde en onbepaalde tijd (WOBOT), het non-discriminatiebeginsel en de Grondwet. De rechtbank oordeelde echter dat het onderscheid objectief gerechtvaardigd is vanwege het overgangsrecht en de noodzaak van een piramidevormige personeelsstructuur bij Defensie.
De rechtbank vond dat eiser onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat deze rechtvaardiging niet bestaat en verwierp het beroep. Hoewel de situatie voor eiser nadelig uitpakt, leidt dit niet tot een ander oordeel. Het beroep werd ongegrond verklaard en een proceskostenveroordeling werd niet opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van het verzoek tot verlaging van de ontslagleeftijd wordt ongegrond verklaard.