ECLI:NL:RBDHA:2020:10391

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
16 oktober 2020
Publicatiedatum
16 oktober 2020
Zaaknummer
C/09/599961 / FA RK 20-6735
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 37 Wet zorg en dwangArt. 3.2.3 Wet langdurige zorgTijdelijke wet COVID-19 Justitie en VeiligheidWet verplichte geestelijke gezondheidszorg
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing machtiging tot voortzetting inbewaringstelling wegens ontbreken medische verklaring psychiater

Het Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ) verzocht op 28 september 2020 om een machtiging tot voortzetting van de inbewaringstelling van cliënt, die verblijft in een accommodatie vanwege een verstandelijke handicap en psychiatrische stoornissen zoals autisme, PTSS en ADHD.

De burgemeester van Alphen aan den Rijn had op 25 september 2020 een last tot inbewaringstelling afgegeven wegens onmiddellijk dreigend ernstig nadeel, waaronder levensgevaar en agressie jegens medebewoners. Tijdens de mondelinge behandeling op 1 oktober 2020 gaf cliënt aan vrijwillig te blijven en stelde dat PTSS de enige juiste diagnose is.

De advocaat voerde aan dat het verzoek moest worden afgewezen omdat de medische verklaring van een psychiater ontbrak, wat volgens vaste jurisprudentie vereist is bij combinatie van verstandelijke handicap en psychiatrische stoornis. De arts die cliënt onderzocht bevestigde dat PTSS nog nader onderzocht moet worden en dat de verstandelijke beperking en autisme op de voorgrond staan.

De rechtbank oordeelde dat het ernstig vermoeden van onmiddellijk dreigend ernstig nadeel wel aanwezig is, maar dat de ontbrekende psychiatrische verklaring leidt tot afwijzing van het verzoek. De beschikking is op 16 oktober 2020 schriftelijk vastgesteld en tegen deze beschikking staat cassatie open.

Uitkomst: Het verzoek tot machtiging voortzetting inbewaringstelling wordt afgewezen wegens het ontbreken van een medische verklaring van een psychiater.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Team Jeugd- en Zorgrecht
Zaak-/rekestnr.: C/09/599961 / FA RK 20-6735
Datum beschikking: 01 oktober 2020

Machtiging tot voortzetting van de inbewaringstelling

Beschikkingnaar aanleiding van het op 28 september 2020 door het Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ) ingediende verzoek tot het verlenen van een machtiging tot voortzetting van de inbewaringstelling als bedoeld in artikel 37 van Pro de Wet zorg en dwang (Wzd), ten aanzien van:

[de vrouw]

hierna te noemen: cliënt,
geboren op [geboortedag] 1996 te [geboorteplaats] ,
wonende te [woonplaats] ,
thans verblijvende in de accommodatie [verblijfplaats]
advocaat: mr. A.A. van Harmelen te 's-Gravenhage.

Procesverloop

Het procesverloop blijkt uit het verzoekschrift, ingekomen ter griffie op 28 september 2020.
Bij het verzoekschrift zijn de volgende bijlagen gevoegd:
- de beschikking van de burgemeester van de gemeente Alphen aan den Rijn van
25 september 2020;
- de op 25 september 2020 ondertekende medische verklaring van een ter zake
kundige [arts 1] die cliënt met het oog op de machtiging kort te voren
heeft onderzocht, maar niet bij diens behandeling betrokken was;
- een indicatiebesluit op grond van artikel 3.2.3 van de Wet langdurige zorg van
10 juli 2020.
De mondelinge behandeling van het verzoek heeft plaatsgevonden op 01 oktober 2020.
Bij die gelegenheid zijn op grond van artikel 2 Tijdelijke Pro wet COVID-19 Justitie en Veiligheid de navolgende personen gelijktijdig telefonisch gehoord door de rechtbank omdat het houden van een fysieke zitting vanwege de geldende veiligheidsmaatregelen met betrekking tot het coronavirus niet mogelijk was:
- de cliënt
- de [arts 2] de [gedragsdeskundige] en de [begeleider] ;
- de advocaat.

Standpunten ter zitting

Cliënt heeft meegedeeld vrijwillig in de accommodatie te zullen blijven. Wanneer de deur open wordt gezet dan zal zij niet weglopen en zichzelf iets aan doen. Cliënt is van mening dat PTSS de enige juiste diagnose is.
De advocaat heeft namens cliënt gepleit voor afwijzing van het verzoek. De raadsvrouw heeft daarvoor het navolgende aangevoerd. Bij cliënt lijkt er sprake te zijn van een combinatie van een verstandelijke handicap en een psychiatrische stoornis. Zowel uit de stukken als de verklaring ter zitting blijkt niet duidelijk dat het onmiddellijk dreigend ernstig nadeel voortvloeit uit alleen de verstandelijke handicap maar meer uit de combinatie met de psychiatrische stoornis. Om die reden kan niet worden volstaan met alleen de medische verklaring van de arts maar is ook een verklaring van een psychiater vereist. Omdat de verklaring van een psychiater ontbreekt kan het verzoek niet worden toegewezen. Subsidiair heeft de advocaat verzocht om afwijzing van het verzoek omdat het onmiddellijk dreigend ernstig nadeel ontbreekt.
De arts heeft meegedeeld dat cliënt nog zeer kort in de accommodatie verblijft, dat zij nog erg moet wennen en dat er nog onderzocht wordt hoe cliënt het beste kan worden begeleid. Recent was de dreiging van suïcidaliteit bij cliënt dusdanig hoog en heeft zij veel agressie opgeroepen bij medebewoners dat een inbewaringstelling is aangevraagd. Inmiddels zijn er heldere afspraken gemaakt en zijn aan cliënt meer beperkingen opgelegd die een goed effect hebben en cliënt meer duidelijkheid geven. Deze stijgende lijn is echter nog zo pril dat voortzetting van de inbewaringstelling nodig is om in te kunnen grijpen wanneer aan cliënt meer ontregeld raakt. De arts is van mening dat de verstandelijke beperking en het autisme bij cliënt op de voorgrond staan. PTSS zou een rol kunnen spelen maar dat moet nog worden onderzocht. Cliënt is lang onder behandeling geweest van de GGZ maar dit heeft niet geleid tot het gewenste resultaat.

Beoordeling

Op 25 september 2020 heeft de burgemeester van de gemeente Alphen aan den Rijn ten behoeve van cliënt een last tot inbewaringstelling afgegeven.
Uit de overgelegde stukken en het behandelde ter zitting is gebleken dat er sprake is van onmiddellijk dreigend ernstig nadeel waardoor een rechterlijke machtiging niet kan worden afgewacht. Het ernstig vermoeden bestaat dat het gedrag van cliënt als gevolg van (een combinatie van) haar verstandelijke handicap en een daarmee gepaard gaande psychische stoornis, dit ernstig nadeel veroorzaakt.
Het onmiddellijk dreigend ernstig nadeel bestaat uit:
- levensgevaar;
- ernstig lichamelijk letsel;
- de situatie dat cliënt met hinderlijk gedrag agressie van anderen oproept;
- de situatie dat de algemene veiligheid van personen of goederen in gevaar is.
De medische verklaring is opgesteld door een arts voor verstandelijk gehandicapten. Uit de overgelegde stukken blijkt echter dat cliënt lijdt aan een verstandelijke handicap en dat deze gepaard met een psychiatrische stoornis, te weten autisme, PTSS en ADHD. Cliënt is ook eerder opgenomen met een machtiging op grond van de Wvggz. Uit vaste jurisprudentie van de Hoge Raad vloeit voort dat wanneer naast een verstandelijke beperking sprake is van psychiatrische problematiek een medische verklaring van een psychiater vereist is. Deze ontbreekt in de onderhavige zaak.
Gelet op het voorgaande wijst de rechtbank het verzoek af.

Beslissing

De rechtbank:
wijst het verzoek af.
Deze beschikking is gegeven door mr. M.F. Baaij, rechter, bijgestaan door S.A. van Schaik-van Dommelen als griffier, en uitgesproken ter openbare zitting van 01 oktober 2020.
De schriftelijke uitwerking van deze beschikking is vastgesteld op 16 oktober 2020.
Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.