ECLI:NL:RBDHA:2020:10394
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid beroep tegen bestuurlijk rechtsoordeel over WNT-bezoldiging
Eiser heeft bezwaar gemaakt tegen een bestuurlijk rechtsoordeel waarin werd vastgesteld dat hij in 2015 en 2016 een hogere bezoldiging ontving dan toegestaan onder de Wet normering bezoldiging topfunctionarissen publieke en semipublieke sector (WNT). Verweerder heeft dit oordeel bevestigd en een handhavingstraject aangekondigd.
De rechtbank moest beoordelen of het bestuurlijk rechtsoordeel als een appellabel besluit kan worden beschouwd. Uit vaste jurisprudentie volgt dat een dergelijk rechtsoordeel in beginsel geen besluit is waartegen beroep openstaat, tenzij sprake is van een uitzonderingssituatie. De rechtbank oordeelde dat het afwachten van een handhavingsbesluit geen onevenredig bezwarende weg is en dat de door eiser gestelde reputatieschade onvoldoende aannemelijk is gemaakt.
Daarom is het beroep niet-ontvankelijk verklaard. De rechtbank bevestigt dat de wettelijke rechtsbescherming via een procedure tegen een eventueel handhavingsbesluit openstaat, inclusief de mogelijkheid tot het vragen van een voorlopige voorziening tegen publicatie van een last onder dwangsom.
De uitspraak sluit aan bij eerdere uitspraken van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State en benadrukt dat het bestuursrechtelijke traject moet worden afgewacht alvorens beroep kan worden ingesteld.
Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard omdat het is gericht tegen een niet-appellabel bestuurlijk rechtsoordeel.