ECLI:NL:RBDHA:2020:10405

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
7 oktober 2020
Publicatiedatum
19 oktober 2020
Zaaknummer
20_209
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:12 Awb
Verwijzingen
2 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beroep niet-ontvankelijk wegens onredelijk late indiening tegen niet-tijdig besluit belastingaanslag

Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen op haar bezwaarschrift tegen de aanslag inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen (IB/PVV) over het jaar 2001. De aanslag werd opgelegd op 1 november 2005 en het bezwaar werd naar verwachting begin 2006 ingediend.

Verweerder stelde dat op 7 april 2008 uitspraak op bezwaar was gedaan, maar kon de verzending daarvan niet nader onderbouwen. Eiseres stelde verweerder vervolgens op 23 april 2018 in gebreke. Het beroepschrift werd op 31 december 2019 ontvangen, wat betekent dat tussen bezwaar en ingebrekestelling meer dan twaalf jaar was verstreken en tussen ingebrekestelling en beroep een jaar en acht maanden.

De rechtbank oordeelde dat dit een onredelijk late indiening van het beroep betreft, waardoor het beroep niet-ontvankelijk is. De rechtbank zag geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak werd gedaan door rechter S.E. Postema op 7 oktober 2020.

Uitkomst: Het beroep tegen het niet tijdig beslissen op bezwaar is niet-ontvankelijk verklaard wegens onredelijk late indiening.

Uitspraak

Rechtbank DEN HAAG
Team belastingrecht
zaaknummer: SGR 20/209
proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer van 7 oktober 2020 in de zaak tussen

[eiseres] , wonende te [woonplaats] , eiseres

en

de inspecteur van de Belastingdienst, verweerder.

Beroep tegen het niet tijdig nemen van een besluit

Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het door verweerder niet tijdig beslissen op haar bezwaarschrift tegen de aanslag inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen (IB/PVV) voor het jaar 2001.

Zitting

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 23 september 2020.
Eiseres is verschenen, bijgestaan door [A] . Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. [B] en mr. [C] .

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.

Overwegingen

1. De aanslag IB/PVV voor het jaar 2001 is met dagtekening 1 november 2005 aan eiseres opgelegd. Tussen partijen is niet in geschil dat tijdig bezwaar is ingediend. Bij gebrek aan concrete gegevens gaat de rechtbank er dan ook van uit dat het bezwaar uiterlijk begin 2006 is ingediend.
2. Verweerder stelt dat met dagtekening 7 april 2008 uitspraak is gedaan op het bezwaar van eiseres. Ter onderbouwing heeft verweerder een schermprint overgelegd. Volgens verweerder kan verzending van de uitspraak op bezwaar niet meer nader worden onderbouwd.
3. Met dagtekening 23 april 2018 heeft eiseres verweerder in gebreke gesteld. Het pro-forma beroepschrift heeft dagtekening 24 december 2019 en is op 31 december 2019 door de rechtbank ontvangen.
4. Op grond van het bepaalde in artikel 6:12, vierde lid, van de Algemene wet bestuursrecht, is het beroep gericht tegen het niet tijdig nemen van een besluit niet-ontvankelijk indien het beroepschrift onredelijk laat is ingediend. Naar het oordeel van de rechtbank is in het onderhavige geval sprake van een onredelijk laat ingediend beroep. Daartoe overweegt de rechtbank dat tussen het indienen van bezwaar en de ingebrekestelling een periode van meer dan twaalf jaar is verstreken en tussen de ingebrekestelling en het beroep een jaar en acht maanden. Wat eiseres daarvoor heeft aangevoerd, leidt niet tot een ander oordeel.
5. Nu sprake is van een onredelijk laat ingediend beroep, is het beroep niet-ontvankelijk en behoeft de vraag of op het bezwaar tegen de aanslag is beslist geen behandeling.
6. Gelet op wat hiervoor is overwogen is het beroep niet-ontvankelijk verklaard.
7. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Deze uitspraak is gedaan door mr. S.E. Postema, rechter, in aanwezigheid van mr. T. Blauw, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 7 oktober 2020.
griffier rechter
Afschrift verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kunnen partijen binnen zes weken na verzending hoger beroep instellen bij het gerechtshof Den Haag (team belastingrecht), Postbus 20302,
2500 EH Den Haag.