ECLI:NL:GHDHA:2021:1038
Gerechtshof Den Haag
- Hoger beroep
- T.A. de Hek
- H.A.J. Kroon
- L.D. van Wijck - Koolstra
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen niet-ontvankelijkheid beroep wegens niet tijdig doen uitspraak op bezwaar inkomstenbelasting 2001
Belanghebbende heeft bezwaar gemaakt tegen de aanslag inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen (IB/PVV) over 2001 en vervolgens beroep ingesteld wegens het niet tijdig doen van uitspraak op bezwaar. De Rechtbank verklaarde dit beroep niet-ontvankelijk vanwege onredelijke termijnoverschrijding.
In hoger beroep stond centraal of de Rechtbank dit oordeel terecht had gegeven. De Inspecteur stelde dat op 7 april 2008 al uitspraak op bezwaar was gedaan, maar kon het bewijs van verzending niet leveren. Het Hof oordeelde dat de Inspecteur de uitspraak op bezwaar pas op 15 januari 2019 op de voorgeschreven wijze bekendmaakte, waardoor de beroepstermijn op 16 januari 2019 begon te lopen en op 31 december 2019 het beroep te laat werd ingediend.
Het Hof bevestigde dat het beroep onredelijk laat was en dus niet-ontvankelijk. Tevens werd het verzoek om een dwangsom, vergoeding van immateriële schade en proceskostenvergoeding afgewezen. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de Rechtbank bekrachtigd.
Uitkomst: Het beroep van belanghebbende tegen de aanslag IB/PVV 2001 is niet-ontvankelijk verklaard wegens onredelijke termijnoverschrijding.