ECLI:NL:RBDHA:2020:10450
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen niet-ontvankelijkheid asielaanvraag wegens bescherming in Griekenland
Eisers, Syriërs met vluchtelingenstatus in Griekenland, vroegen in Nederland asiel aan. De staatssecretaris verklaarde de aanvragen niet-ontvankelijk omdat Griekenland internationale bescherming verleent en hij mag vertrouwen op naleving van verplichtingen door Griekenland.
Eisers voerden aan dat er schrijnende medische omstandigheden zijn en dat de zorg in Griekenland onvoldoende is, mede vanwege financiële beperkingen en ontraden procederen. De rechtbank overwoog dat verweerder uitvoerig op de zienswijzen is ingegaan en dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel niet onterecht is toegepast.
De rechtbank volgde de jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State dat de situatie in Griekenland voor statushouders weliswaar moeilijk is, maar niet zodanig slecht dat sprake is van een schending van artikel 3 EVRM Pro. Eisers hadden geen bijzondere omstandigheden aangetoond om van het vertrouwensbeginsel af te wijken.
De rechtbank oordeelde dat eisers toegang hadden tot medische zorg en dat zij zich tot de Griekse autoriteiten hadden moeten wenden. De stelling dat klagen tevergeefs zou zijn, werd onvoldoende onderbouwd. Daarom werd het beroep ongegrond verklaard en de niet-ontvankelijkverklaring bevestigd.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt de niet-ontvankelijkverklaring van de asielaanvragen wegens bescherming in Griekenland.