ECLI:NL:RVS:2020:1382
Raad van State
- Hoger beroep
- N. Verheij
- E. Steendijk
- C.M. Wissels
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen niet-ontvankelijkverklaring asielaanvraag wegens bijzondere kwetsbaarheid
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid verklaarde de asielaanvraag van een alleenstaande moeder met drie minderjarige kinderen niet-ontvankelijk omdat zij reeds internationale bescherming in Griekenland genoten. De rechtbank oordeelde dat de vreemdeling en haar kinderen een bijzonder kwetsbaar gezin vormden en vernietigde het besluit.
De Raad van State stelde in hoger beroep vast dat de rechtbank onvoldoende rekening hield met de noodzaak van een individuele beoordeling en dat algemene bronnen onvoldoende zijn om bijzondere kwetsbaarheid aan te nemen. De vreemdeling had niet aangetoond dat zij en haar kinderen geen opvang of huisvesting meer hadden of dat zij hun rechten niet konden effectueren in Griekenland.
Verder concludeerde de Afdeling dat de situatie van statushouders in Griekenland, hoewel moeilijk, niet zodanig is verslechterd dat sprake is van extreme armoede of rechteloosheid. Ook de noodtoestand in Griekenland bood geen aanleiding tot een ander oordeel.
Daarom werd het hoger beroep van de staatssecretaris gegrond verklaard, het vonnis van de rechtbank vernietigd en het beroep van de vreemdeling ongegrond verklaard. De staatssecretaris hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: Het beroep van de vreemdeling wordt ongegrond verklaard en de niet-ontvankelijkverklaring van de asielaanvraag bevestigd.