ECLI:NL:RBDHA:2020:10546

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
4 augustus 2020
Publicatiedatum
22 oktober 2020
Zaaknummer
NL20.8232
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:54 AwbArt. 8:75 AwbArt. 8:75a AwbBesluit proceskosten bestuursrecht
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toekenning proceskostenvergoeding wegens niet tijdig beslissen op asielaanvraag

Verzoeker is op 5 april 2020 in beroep gegaan tegen het niet tijdig beslissen op zijn asielaanvraag door verweerder. Op 30 juni 2020 nam verweerder alsnog een beslissing, waarna verzoeker het beroep introk en proceskostenvergoeding vorderde.

De rechtbank oordeelt dat verweerder de proceskosten moet vergoeden omdat de beslistermijn is overschreden. Omdat verzoeker een professionele juridische hulpverlener inschakelde en het geschil alleen over de termijnoverschrijding ging, wordt een verminderd vast bedrag toegekend van €262,50.

De rechtbank veroordeelt verweerder tot betaling van dit bedrag aan verzoeker. De uitspraak is gedaan zonder openbare zitting vanwege coronamaatregelen en is bekendgemaakt op 4 augustus 2020.

Uitkomst: De rechtbank veroordeelt de Staatssecretaris tot betaling van €262,50 aan proceskosten wegens overschrijding van de beslistermijn.

Uitspraak

uitspraak buiten zitting

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Utrecht Bestuursrecht zaaknummer: NL20.8232
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[verzoeker] , verzoeker V-nummer: [V-nummer] (gemachtigde: mr. K. Yousef)

en
de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid,verweerder (gemachtigde: T. Hogervorst)

Procesverloop

Deze uitspraak gaat over het verzoek van verzoeker om vergoeding van zijn proceskosten. Verweerder heeft op 14 juli 2020 laten weten dat hij bereid is de proceskosten van verzoeker te vergoeden tot een bedrag van € 262,50.

Overwegingen

De rechtbank nodigt partijen niet uit voor een zitting, omdat dat in deze zaak niet nodig is (artikel 8:54 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb)). Hieronder legt de rechtbank dat verder uit.
De rechtbank kan beslissen dat een van de partijen de proceskosten van de andere partij moet betalen. Dat staat in de artikelen 8:75 en 8:75a van de Awb en het Besluit proceskosten bestuursrecht (Bpb).
Verzoeker is op 5 april 2020 in beroep gegaan, omdat verweerder niet tijdig heeft beslist op zijn asielaanvraag. Op 30 juni 2020 heeft verweerder alsnog een beslissing genomen op de asielaanvraag van verzoeker. Verzoeker heeft daarna het beroep tegen het niet tijdig nemen van een besluit ingetrokken. Verzoeker heeft daarbij de rechtbank verzocht om verweerder te veroordelen in de proceskosten.
Omdat verweerder pas nadat verzoeker in beroep is gegaan een beslissing heeft genomen, krijgt verzoeker een vergoeding voor de proceskosten die hij heeft gemaakt. Verweerder moet dit betalen. Volgens het Bbp is dit een vast bedrag omdat verzoeker een professionele (juridische) hulpverlener heeft ingeschakeld om voor hem een beroepschrift in te dienen. Omdat de zaak alleen gaat over de vraag of de beslistermijn is overschreden wordt een lager bedrag toegekend (wegingsfactor 0,5). Verder zijn er geen kosten gemaakt die vergoed kunnen worden. Toegekend wordt € 262,50.

Beslissing

De rechtbank veroordeelt verweerder tot betaling van € 262,50 aan proceskosten.
Verweerder moet dit bedrag betalen aan verzoeker.
Deze uitspraak is gedaan door mr. G.P. Loman, rechter, in aanwezigheid van L.S. Lodder, griffier. Als gevolg van de maatregelen rondom het coronavirus is deze uitspraak niet uitgesproken op een openbare uitsprakenzitting. Zodra het openbaar uitspreken weer mogelijk is, wordt deze uitspraak alsnog, voor zover nodig, in het openbaar uitgesproken.
Deze uitspraak is bekendgemaakt op:
04 augustus 2020

Documentcode: [documentcode]

Bent u het niet eens met deze uitspraak?

Als u het niet eens bent met deze uitspraak kunt een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Als u graag een zitting wilt waarbij u persoonlijk uw mening aan de rechter kunt geven, kunt u dit in uw verzetschrift aangeven.