ECLI:NL:RBDHA:2020:10586
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen intrekking bijstandsuitkering wegens niet verstrekken informatie
Verzoeker ontving vanaf februari 2019 een bijstandsuitkering en vroeg in april 2020 een aanvullende regeling aan. Verweerder startte een onderzoek en vroeg meerdere keren om aanvullende informatie, waaronder bankafschriften en een verklaring over lopende rechtszaken. Verzoeker voldeed niet tijdig aan deze verzoeken, waarop de bijstandsuitkering werd opgeschort en uiteindelijk ingetrokken per 1 juni 2020.
Verzoeker stelde dat hij wel contact had gezocht en informatie had verstrekt, maar de rechtbank oordeelde dat de verstrekte informatie niet voldeed aan het specifieke verzoek van 17 juni 2020. Tevens was verzoeker niet op de afspraak verschenen en had hij onvoldoende contact onderhouden om onduidelijkheden te bespreken.
De voorzieningenrechter stelde vast dat verweerder terecht de uitkering had opgeschort en ingetrokken op grond van artikel 54 van Pro de Participatiewet, omdat verzoeker zijn inlichtingenplicht verwijtbaar had geschonden. Het verzoek om voorlopige voorziening werd daarom afgewezen.
Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd en tegen deze uitspraak stond geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de intrekking van de bijstandsuitkering wordt afgewezen.