ECLI:NL:RBDHA:2020:10618
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening tegen stopzetting bijstandsuitkering wegens verblijf in buitenland
Verzoeker heeft bijstandsuitkering ontvangen die is stopgezet door het college van burgemeester en wethouders van Den Haag vanwege een verblijf in het buitenland dat langer duurde dan toegestaan volgens de Participatiewet. Verzoeker heeft bezwaar gemaakt tegen deze stopzetting en daarnaast een voorlopige voorziening gevraagd om de uitkering te herstellen.
De voorzieningenrechter heeft het verzoek behandeld via een Skype-verbinding waarbij partijen zich lieten vertegenwoordigen. Verzoeker stelde dat hij door de stopzetting in een benarde situatie verkeerde, zonder vaste verblijfplaats en met beperkte financiële middelen, mede door de lockdown in Londen waar hij verbleef bij zijn zus.
De rechtbank oordeelde echter dat geen sprake was van een acute financiële noodsituatie. Verzoeker had een herstelbetaling ontvangen van €1250,- en een vergoeding van €267,- voor proceskosten. Hij had weinig lasten, geen vaste woonlasten in Nederland en kon rood staan op zijn bankrekening. De lastige woonsituatie bij zijn zus was onvoldoende om spoedeisend belang aan te nemen.
Daarom werd het verzoek om een voorlopige voorziening afgewezen. De uitspraak is gedaan op 23 juni 2020 door voorzieningenrechter M. Munsterman. Tegen deze uitspraak is geen rechtsmiddel mogelijk.
Uitkomst: Het verzoek om een voorlopige voorziening tegen de stopzetting van de bijstandsuitkering is afgewezen wegens ontbreken van een acute financiële noodsituatie.