ECLI:NL:RBDHA:2020:10667
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvraag wegens ongeloofwaardigheid lesgeven mystieke levensovertuiging en onvoldoende risico tatoeages
Eiser, een Iraanse staatsburger, diende in maart 2017 een asielaanvraag in die door de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid werd afgewezen. Na eerdere procedures en vernietiging door de Afdeling bestuursrechtspraak werd het beroep bij de rechtbank Den Haag behandeld.
De kern van het geschil betrof de geloofwaardigheid van het betoog dat eiser les zou geven in een mystieke levensovertuiging en daardoor problemen zou ondervinden met Iraanse autoriteiten. De rechtbank achtte dit onderdeel ongeloofwaardig, conform eerdere uitspraken. Daarnaast stelde eiser dat zijn tatoeages hem tot een risicogroep maken, maar de rechtbank oordeelde dat de tatoeages geen duidelijke indicatie van afvalligheid van de islam zijn en dat er geen reëel risico op vervolging bestaat.
De rechtbank verwees naar het Algemeen Ambtsbericht Iran 2019, waarin tatoeages niet strafbaar zijn en zelfs zichtbare christelijke tatoeages geen problemen opleveren. De tatoeages van eiser werden als niet anti-islamitisch beoordeeld en bovendien kunnen zij bedekt worden. Eiser had in Iran geen problemen ondervonden door de tatoeages, wat ook tegen een toekomstig risico pleit.
Gelet op deze overwegingen verklaarde de rechtbank het beroep ongegrond en wees een proceskostenveroordeling af. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard wegens ongeloofwaardigheid en onvoldoende risico op vervolging.