ECLI:NL:RBDHA:2020:10668
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielverzoek wegens ongeloofwaardigheid politieke activiteiten en bekering
Eiser, een Iraanse Koerd, verzocht om een verblijfsvergunning asiel op grond van politieke activiteiten voor de Koerdische Democratische Partij Iran (KDPI) en zijn bekering tot het christendom. Hij stelde dat hij vanwege deze omstandigheden vervolging en ernstige schade bij terugkeer naar Iran zou ondervinden.
De staatssecretaris wees de aanvraag af omdat hij de verklaringen over de politieke activiteiten en bekering ongeloofwaardig achtte. De rechtbank bevestigde dit oordeel. De verklaringen van de KDPI waren onvoldoende concreet en er was onvoldoende bewijs van daadwerkelijke problemen door de autoriteiten. Ook de geloofwaardigheid van de bekering werd niet vastgesteld, ondanks een verklaring van een predikant.
Ten aanzien van de tatoeages oordeelde de rechtbank dat deze geen reëel risico op vervolging opleveren, mede omdat tatoeages in Iran voorkomen en niet strafbaar zijn. De rechtbank achtte het niet aannemelijk dat eiser bij terugkeer een reëel risico loopt op schending van artikel 3 EVRM Pro.
Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard.