ECLI:NL:RBDHA:2020:10672
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvraag op grond van ongeloofwaardigheid seksuele gerichtheid en vluchtverhaal
Eiser, een Oegandese man die asiel aanvraagt wegens zijn homoseksualiteit en de daaruit voortvloeiende vervolging, stelt dat hij mishandeld werd door zijn vader nadat hij betrapt werd met zijn vriend. Hij heeft ondergedoken gezeten en vreest ernstige schade bij terugkeer naar Oeganda.
De staatssecretaris wees de aanvraag af wegens ongeloofwaardigheid van het verhaal, met name over de seksuele gerichtheid, de relaties en het vluchtverhaal. Eiser voerde aan dat de beoordeling niet volgens de juiste werkinstructies is gebeurd en dat zijn verklaringen authentiek en gedetailleerd zijn.
De rechtbank oordeelt dat de nationaliteit en identiteit van eiser geloofwaardig zijn, maar dat zijn verhaal over zijn seksuele gerichtheid en de vervolging onvoldoende concreet en gedetailleerd is. De verklaringen zijn algemeen en vaag, en verweerder heeft terecht meer verwacht. Ook de relaties en het onderduiken zijn onvoldoende onderbouwd.
De rechtbank volgt eiser niet in zijn kritiek op het onderzoek en de toepassing van de werkinstructies. De dreigmails en homofobe wetgeving in Oeganda leiden niet tot een risico op ernstige schade. Het beroep wordt ongegrond verklaard en het verzoek tot proceskostenvergoeding afgewezen.
Uitkomst: Het beroep op de afwijzing van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard wegens ongeloofwaardigheid van het verhaal over seksuele gerichtheid en vervolging.