ECLI:NL:RVS:2020:342
Raad van State
- Hoger beroep
- J.J. van Eck
- G.M.H. Hoogvliet
- H.J.M. Baldinger
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing asielaanvraag wegens onvoldoende geloofwaardigheid seksuele gerichtheid
De vreemdeling, van Iraakse nationaliteit, had een asielaanvraag ingediend op grond van zijn seksuele gerichtheid, die problemen in Irak veroorzaakte. De staatssecretaris wees de aanvraag af vanwege onvoldoende geloofwaardigheid en onduidelijke verklaringen over zijn seksuele gerichtheid en de gevolgen daarvan.
De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling ongegrond en oordeelde dat de staatssecretaris terecht rekening had gehouden met de culturele achtergrond, maar dat van de vreemdeling verwacht mocht worden dat hij diepgaander verklaart over zijn gevoelens en ervaringen.
De vreemdeling stelde in hoger beroep dat de rechtbank onvoldoende rekening had gehouden met culturele verschillen in de betekenis van homoseksualiteit tussen Irak en het Westen. De Afdeling bestuursrechtspraak stelde dat de staatssecretaris in algemene zin voldoende rekening houdt met culturele aspecten, maar dat individuele omstandigheden gemotiveerd moeten worden beoordeeld.
De Afdeling concludeerde dat de staatssecretaris de culturele achtergrond van de vreemdeling had betrokken bij zijn beoordeling en dat het redelijk was om van de vreemdeling te verlangen dat hij zijn ervaringen en gevoelens uitgebreider toelichtte. De grieven van de vreemdeling faalden en het hoger beroep werd ongegrond verklaard, waarmee de uitspraak van de rechtbank werd bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van de asielaanvraag wordt bevestigd.