Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 28 oktober 2020 in de zaak tussen
[eiser] , te [woonplaats] , eiser
Procesverloop
L. Makaddam, tolk in de Arabische taal, verschenen.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Den Haag
Eiser heeft verzocht om een WIA-uitkering met ingang van 12 maart 2014, maar de rechtbank oordeelt dat hij zich toen niet ziek heeft gemeld en pas in april 2019 een aanvraag heeft ingediend. Vaststaat dat eiser tot 10 mei 2016 heeft gewerkt en daarna hersteld was, waardoor hij geen recht meer had op een Ziektewet-uitkering.
De rechtbank stelt vast dat de werkzaamheden en verlichtende omstandigheden zoals beschreven door de arbeidsdeskundige als 'zijn arbeid' gelden. Eiser heeft na 12 maart 2014 nog een jaar gewerkt zonder aanpassing van zijn arbeidsovereenkomst en woont zelfstandig zonder afhankelijkheid van anderen voor dagelijkse levensverrichtingen.
Hoewel eiser stelt dat zijn visuele beperking is verergerd, was hij reeds bij aanvang van zijn arbeidsovereenkomst praktisch blind. De rechtbank ziet daarom geen aanleiding om hem volledig en duurzaam arbeidsongeschikt te achten vanaf 12 maart 2014 en wijst het beroep ongegrond.
De rechtbank bevestigt dat eiser geen recht heeft op een WIA-uitkering omdat hij de wachttijd van 104 weken niet heeft doorlopen en onvoldoende arbeidsongeschikt is verklaard. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en de WIA-uitkering wordt geweigerd wegens niet doorlopen wachttijd en onvoldoende arbeidsongeschiktheid.