ECLI:NL:RBDHA:2020:10775
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening bij afwijzing bijstandsuitkering wegens onvoldoende informatie over inkomsten partner in België
Verzoekster heeft een bijstandsuitkering aangevraagd nadat haar partner in België, die haar financieel ondersteunde, niet meer in staat was haar te onderhouden vanwege het faillissement van zijn bedrijf. Verweerder heeft de aanvraag afgewezen omdat verzoekster onvoldoende informatie heeft verstrekt over haar eigen financiële situatie en die van haar partner, met name over het faillissement en de eventuele uitkeringsrechten in België.
Tijdens de zitting via Skype op 13 oktober 2020 heeft de voorzieningenrechter vastgesteld dat verzoekster onvoldoende bewijs heeft geleverd over het faillissement van het bedrijf van haar partner en zijn recht op een uitkering in België. Ook waren er onduidelijkheden over contante stortingen en transacties op de bankrekeningen van verzoekster en haar partner, die niet met objectiveerbare stukken konden worden onderbouwd.
De voorzieningenrechter oordeelt dat verweerder terecht heeft vastgesteld dat het recht op bijstand niet kan worden vastgesteld vanwege de ontbrekende informatie. Daarom is er geen aanleiding om het primaire besluit te schorsen en wordt het verzoek om een voorlopige voorziening afgewezen.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de afwijzing van de bijstandsuitkering wordt afgewezen wegens onvoldoende informatie over de financiële situatie van verzoekster en haar partner.