Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiseres] , V-nummer: [V-nummer] , eiseres,
[minderjarige 1] en [minderjarige 2]
de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder
Procesverloop
Inleiding en standpunten
Eiseres heeft aangevoerd dat zij en haar dochter [naam] , geboren op [2014] en eveneens van Guineese nationaliteit, bij terugkeer naar Guinee een reëel risico als bedoeld in artikel 3 van Pro het EVRM lopen. Eiseres heeft gesteld dat zij zich bij terugkeer naar Guinee niet aan haar eigen herbesnijdenis en aan de besnijdenis van [naam] zullen kunnen onttrekken.
Overwegingen
“(…) De delegatieleden hebben de Guinese nationaliteit van betrokkene bevestigd, echter de nationaliteit van de kinderen is niet bevestigd. De delegatieleden verklaarden dat betrokkene bij terugkeer naar Guinee het risico loopt dat haar dochter zal worden afgenomen en zal worden besneden. De dochter zou hierdoor een groot gevaar op infectie kunnen oplopen. (…)”
Beroep op het gelijkheidsbeginsel en het thematisch ambtsbericht
-eiseres komt niet uit de stad [woonplaats] , maar laatstelijk uit een plaats die “ [woonplaats] ” wordt genoemd. Dit ligt tussen [woonplaats] en [woonplaats] . Eiseres is wel in [geboorteplaats] geboren, maar is op 10-jarige leeftijd naar een dorp vertrokken;
Beslissing
- veroordeelt verweerder in de proceskosten van eiseres tot een bedrag van € 1.050,-.
mr. L.Y. Wong, griffier. Als gevolg van maatregelen rondom het Coronavirus is deze uitspraak niet uitgesproken op een openbare uitsprakenzitting. Zodra het openbaar uitspreken weer mogelijk is, wordt deze uitspraak, voor zover nodig, alsnog in het openbaar uitgesproken.