ECLI:NL:RVS:2020:388
Raad van State
- Hoger beroep
- J.J. van Eck
- J.A.W. Scholten-Hinloopen
- H.G. Sevenster
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing verblijfsvergunning asiel wegens onvoldoende risico vrouwelijke genitale verminking
De vreemdeling verzocht om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, welke door de staatssecretaris op 29 maart 2019 werd afgewezen. De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling gedeeltelijk gegrond en vernietigde het besluit deels. De vreemdeling ging hiertegen in hoger beroep bij de Raad van State.
De Raad van State overwoog dat de staatssecretaris terecht had geoordeeld dat de vreemdeling onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat haar minderjarige dochter in Guinee het risico loopt op vrouwelijke genitale verminking. De staatssecretaris had gemotiveerd dat de situatie van de vreemdeling verschilt van andere zaken, onder meer omdat zij uit de stad Conakry komt waar sociale controle minder groot is en bescherming kan worden gevraagd bij de overheidsinstantie OPROGEM.
Verder was van belang dat de vreemdeling geen directe familie heeft die haar zou kunnen dwingen tot besnijdenis van haar dochter, dat zij onderwijs heeft genoten tot haar 26e en daardoor in haar levensonderhoud kan voorzien, en dat haar medische situatie onvoldoende aannemelijk maakt dat zij haar dochter niet kan beschermen. De Raad van State vond geen reden om het oordeel van de rechtbank te vernietigen en verklaarde het hoger beroep ongegrond.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het vonnis van de rechtbank bevestigd.