Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
[naam] , eiser
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder
Zitting hebben:
Procesverloop
opgelegd.
Rechtbank Den Haag
Eiser werd op 6 oktober 2020 op vreemdelingenrechtelijke gronden opgehouden en kreeg een maatregel van bewaring opgelegd. Hij stelde dat de ophouding onjuist was en dat de processen-verbaal gebreken vertoonden, wat zijn belangen schaadde. De rechtbank constateerde dat de ophouding onzorgvuldig was vastgelegd en dat de maatregel van bewaring niet rechtsgeldig digitaal was ondertekend, waardoor de maatregel onrechtmatig was.
De rechtbank oordeelde dat het ontbreken van een rechtsgeldige digitale handtekening en verschillen tussen de aan het dossier van de rechtbank en gemachtigde toegevoegde stukken onacceptabel zijn vanwege het karakter van vrijheidsontneming. Verweerder kreeg geen termijn om de gebreken te herstellen, omdat hij voldoende gelegenheid had gehad het dossier correct samen te stellen.
De rechtbank besloot de maatregel van bewaring onmiddellijk op te heffen, de Staat te veroordelen tot een schadevergoeding van €1.755,- en verweerder tot betaling van proceskosten van €1.050,-. Het beroep werd gegrond verklaard en de uitspraak mondeling bekendgemaakt op 26 oktober 2020.
Uitkomst: De maatregel van bewaring wordt onmiddellijk opgeheven wegens gebrekkige digitale ondertekening en onzorgvuldige ophouding, met toekenning van schadevergoeding en proceskosten aan eiser.