ECLI:NL:RBDHA:2020:10925
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Opheffing maatregel van bewaring wegens procedurele gebreken en onzorgvuldigheden
Eiser werd op 13 oktober 2020 op vreemdelingenrechtelijke gronden in bewaring gesteld. Hij stelde beroep in tegen deze maatregel wegens het ontbreken van een registertolk tijdens gehoren, overschrijding van de maximale ophoudingsduur zonder verschoonbare reden, onvoldoende motivering waarom niet voor een lichter middel werd gekozen, en betwistte het ontbreken van een vaste verblijfplaats.
De rechtbank constateerde dat bij de gehoren geen registertolk werd ingezet, wat eiser in zijn belangen schaadde. Ook was de ophoudingsduur overschreden zonder dat verweerder dit kon rechtvaardigen. De motivering van de maatregel was onvoldoende, omdat niet actief was onderzocht of een lichter middel volstond. Daarnaast bleek dat er meerdere fysieke exemplaren van de maatregel circuleerden met verschillen in digitale ondertekening, wat onzorgvuldig en onacceptabel is bij vrijheidsontneming.
De rechtbank oordeelde dat deze gebreken de maatregel van bewaring onrechtmatig maken en besloot tot onmiddellijke opheffing. Tevens werd de Staat veroordeeld tot schadevergoeding aan eiser en proceskostenveroordeling. De rechtbank benadrukte dat voortvarendheid bij uitzettingshandelingen aan de hand van concrete omstandigheden moet worden beoordeeld en wees op onvoldoende voortvarendheid bij het fysiek overhandigen van LP-aanvragen aan buitenlandse autoriteiten.
De uitspraak werd mondeling gedaan op 26 oktober 2020 en kan binnen een week worden aangevochten bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: De maatregel van bewaring wordt opgeheven wegens procedurele gebreken, onvoldoende motivering en onrechtmatige digitale ondertekening.