ECLI:NL:RBDHA:2020:10976
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing schadevergoeding wegens niet-informeren over 25%-pensioenknip bij bevordering militair
Eiser, een militair werkzaam bij de Koninklijke Marine, werd in 2002 bevorderd van kapitein tot majoor, wat leidde tot een salarisstijging van 33%. Door deze bevordering werd de 25%-pensioenknip toegepast, waardoor zijn pensioengevende diensttijd werd verminderd, wat resulteerde in een lager pensioen dan bij volledige dienstjaren.
Eiser stelde dat verweerder, de Staatssecretaris van Defensie, onrechtmatig handelde door hem destijds niet te informeren over de gevolgen van de bevordering voor zijn pensioen, en vorderde schadevergoeding. Verweerder betwistte dat er schade was geleden en stelde dat eiser onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat hij de functie niet zou hebben aanvaard indien hij was geïnformeerd.
De rechtbank oordeelde dat verweerder niet gehouden was om uit eigen beweging te informeren over de pensioenknip en dat eiser zich had kunnen informeren bij de pensioenuitvoerder. Tevens concludeerde de rechtbank dat eiser geen schade aannemelijk had gemaakt, mede omdat het pensioen als majoor met pensioenknip hoger was dan het pensioen als kapitein zonder knip. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep van eiser wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen.