ECLI:NL:CRVB:2022:1109
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing aansprakelijkheid werkgever voor pensioenknip bij salarisverhoging
Appellant, sinds 1969 beroepsmilitair, werd in 2002 bevorderd met een salarisverhoging van 33%. Deze verhoging leidde tot een pensioenknip waardoor zijn pensioengevend diensttijd werd verlaagd, wat resulteerde in een lager pensioen dan verwacht.
Appellant stelde de staatssecretaris aansprakelijk wegens het niet informeren over de gevolgen van de salarisverhoging voor zijn pensioen, maar de rechtbank wees dit af. De Raad bevestigt dit oordeel en stelt dat er geen algemene informatieplicht bestaat voor de werkgever om te waarschuwen voor pensioenknippen bij salarisverhogingen.
De Raad benadrukt dat appellant zelf verantwoordelijk was om informatie in te winnen bij de pensioenuitvoerder, hetgeen hij niet heeft gedaan. Ook het feit dat het pensioenfonds mogelijk onduidelijkheden kende, doet hieraan niet af.
De teleurstelling van appellant over het lagere pensioen leidt niet tot aansprakelijkheid van de staatssecretaris. De Raad verklaart het hoger beroep ongegrond en bevestigt het bestreden besluit.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de staatssecretaris is niet aansprakelijk voor de pensioenknip bij salarisverhoging.